Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Van den Berg overziet Chinese dreiging

Wetenschap, technologie en innovatie zijn de enige comparatieve voordelen die Europa heeft om zich te verzekeren van zijn aandeel in de toekomstige economische groei. Maar dit voordeel is geen gegeven, zoals blijkt uit de snelle vooruitgang die China boekt.

De afgelopen tien jaar heeft China zijn uitgaven voor R&D verdubbeld tot 1,5 procent van het bruto binnenlands product. Het aantal instituten voor hoger onderwijs groeide van 1022 naar 2263. In minder dan vijftien jaar is het land opgerukt van de vijftiende naar de tweede plaats op de wereldranglijst van wetenschappelijke publicaties, na de Verenigde Staten.

We staan aan de vooravond van een nieuwe wereldorde in wetenschap en technologie. En Europa moet op zijn tellen passen, is de boodschap van Dirk Jan van den Berg, voorzitter van het college van bestuur van de TU Delft. Van den Berg sprak vorige week op de jaarlijkse Innovation Lecture van het ministerie van EL&I die in het teken stond van de Aziatische uitdagingen.

China zoekt volgens Van den Berg terecht meer controle over de waardeketen. In China zijn de productiekosten van een iPad veertig euro, terwijl de consument in de VS of Europa 600 tot 800 euro betaalt. China kan en moet een groter deel hebben van deze marge. Vandaar dat het land zoekt naar vooraanstaande posities in consumentengoederen en andere eindproducten, machines en informatietechnologie. De industriële R&D van westerse bedrijven volgt eenvoudig de investeringen in productieactiviteiten die deze bedrijven nu op grote schaal doen in China en India. Acht van de tien multinationals met de grootste R&D-budgetten hebben een R&D-faciliteit in China, India, of in beide landen. Andere grote bedrijven heeft soortgelijke plannen. Het gaat niet alleen om de lagere kosten van R&D in deze landen; de bedrijven kunnen er beschikken over uitstekende faciliteiten en een overvloed aan getalenteerde onderzoekers. Als Europa niet tot een zorgvuldig management komt voor onderwijs, wetenschap en technologie zal zich een ramp voltrekken, aldus Van den Berg. Voor een dergelijk beleid zijn drie factoren cruciaal: nieuwe kennis, capabele mensen, en een omgeving die innovatie en entrepreneurship bevordert.

Volgens Van den Berg zijn er zeker vier belangrijke trends in de wetenschap die Europese beleidsmakers zouden moeten kennen. Het bedrijfsleven zal nooit lange termijn fundamenteel onderzoek financieren, terwijl deze kennis op den duur juist essentieel is voor innovatie. De tijdshorizon van dit type onderzoek ligt te ver weg voor de industrie en de onzekerheden zijn te groot. Deze trend wordt nog versterkt door de financiële crisis.

In de tweede plaats moeten we accepteren dat wetenschap een wereldwijde activiteit is. Onderzoekers maken deel uit van steeds uitgebreidere, wereldwijde netwerken. Wetenschap is daardoor minder beperkt tot het nationale domein.

Daarnaast zijn topklasse faciliteiten cruciaal. Onderzoekers stemmen met hun voeten en gaan daarheen waar de faciliteiten en de omstandigheden het beste zijn. Tot slot riep Van den Berg beleidmakers op om topuniversiteiten hun eigen zaken te laten regelen, zodat ze flexibel zijn in hun internationale positionering. Hij voorziet problemen in Europa als het gaat om het opleiden van voldoende capabele wetenschappers en ingenieurs, omdat de belangstelling voor deze studies afneemt. Europa dreigt meer en meer afhankelijk te worden van talent van buiten. Dit vraagt om een flexibel en talentvriendelijk immigratiebeleid om dat buitenlandse talent ook daadwerkelijk aan te kunnen trekken.

Bron: Onderzoek Nederland 268, 17 december 2010, pagina 2

17 dec 10
Voeg een reactie toe

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website

titel *verplicht

reactie *verplicht

Houd me op de hoogte

naam *verplicht

email *verplicht