Verhaal
Jong verzet tegen valorisatiedrift
Medicijnen, internet, duurzame energie, MRI scanners, communicatietechnologie, en LCD schermen. Zou het niet mooi zijn als wetenschap alleen nog maar bezig is met dit soort nuttige toepassingen, en als het wetenschapsbeleid daarop gericht zou zijn? Beslist niet! Behalve onwenselijk zou dat bovendien niet mogelijk zijn. Sinds kort legt de overheid de nadruk op valorisatie, het te gelde maken van kennis. Maar dit is wel heel beperkt en eenzijdig, geeft De Jonge Akademie aan in een opiniestuk van de hand van prof. Ingrid Robeyns (EUR). Op deze pagina een samenvatting van dat stuk.
Fundamenteel onderzoek richt zich op het verkrijgen van kennis. Maar welke kennis later toe te passen is, laat zich op het moment van kennisvergaring niet voorspellen. Je hebt dus veel fundamenteel onderzoek nodig, om de toegepaste wetenschap voldoende te voeden. Daarnaast is er ook heel wat onderzoek waarmee de diepgewortelde nieuwsgierigheid van de mens naar waarheid en kennis bevredigd wordt, zonder dat het realistisch is te verwachten dat dit ooit in een concrete toepassing resulteert (bijvoorbeeld literair onderzoek).
Het is goed je dat te blijven realiseren, nu binnen het wetenschapsbeleid in toenemende mate gepraat wordt over het belang van valorisatie. Van wetenschappers wordt tegenwoordig verwacht dat ze niet alleen een flinke hoeveelheid kennis van hoge kwaliteit produceren, maar ook dat deze kennis praktisch benut kan worden. Bijna alle actoren binnen het Nederlandse en het Europeese wetenschapsbeleid hebben ondertussen een valorisatiebeleid.
Ook bij de verkiezingen werd de waarde van wetenschap voor de samenleving door een valoriserende bril bekeken. Onze stelling is dat alle waardevolle vormen van wetenschap gewaardeerd en gestimuleerd moeten worden door het beleid, en niet alleen die wetenschap waarvan de kennisbenutting verwijst naar industriële of technologische innovatie en economische productie, die overheidsinstanties kant en klare oplossingen geeft voor beleidsproblemen, en waarvan de valorisatie gemakkelijk meetbaar, voorspelbaar en/of observeerbaar is. Als een eng valorisatiebegrip wordt gehanteerd en valorisatie als een strak keurslijf wordt opgelegd, zal heel wat belangrijk onderzoek onderbelicht of onvoldoende gewaardeerd worden.
Wij stellen vragen bij het politieke karakter van valorisatie. De retoriek van het valorisatiedebat lijkt er een van vooruitgang en verbetering, van het professioneler maken van het wetenschappelijk bedrijf. Maar is dit wel zo? Sommige wetenschappers vragen zich af of de academische vrijheid hierdoor niet ingeperkt wordt, omdat niet-wetenschappers zich in toenemende mate gaan bemoeien met het soort wetenschap dat er bedreven zou moeten worden. Anderen vinden dat het debat onhelder is, omdat verschillende partijen verschillende definities gebruiken, waardoor mensen langs elkaar heen praten.
Anderen zijn meer bezorgd dat het valorisatiedebat een middel is om de financiering van het wetenschappelijk onderzoek nog verder aan banden te leggen. En tot slot zijn er wetenschappers die het al dan niet eens zijn met de doelstellingen van het valorisatiebeleid, maar die zich verzetten tegen de verdere toename van bureaucratische verantwoording en rapportage die dit meebrengt, waardoor er nóg minder tijd overblijft voor de kerntaken van wetenschappers, zijnde wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.
Tot slot willen we benadrukken dat wetenschappers zelf een actieve rol moeten spelen in het proces van valorisatie en in het valorisatiedebat. Wetenschappers zouden het als hun maatschappelijke taak moeten zien om de valoriseerbaarheid van onderzoek kritisch te evalueren. Immers, het zijn bij uitstek de wetenschappers die hun eigen resultaten doorgronden en kunnen aangeven hoe die resultaten waardevol gebruikt kunnen worden. Vaak is een resultaat van onderzoek subtiel, of alleen in bepaalde omstandigheden toepasbaar. Soms kan een kleine stap een doorbraak betekenen waardoor het resultaat te gelde kan worden gemaakt of ingezet voor maatschappelijk belang. Maar doorgaans is vervolgonderzoek nodig om zulke directe valorisatie mogelijk te maken. Wetenschappers zouden een essentiële rol moeten spelen in het lokaliseren van kansen, maar zeker ook in het aangeven van mogelijke problemen.
Kortom, wij vinden het goed dat de waarde van wetenschap kritisch wordt bekeken. En wetenschappers kunnen en willen daarbij een belangrijke rol spelen. Het is echter essentieel dat de evaluatie van de waarde van wetenschap zich niet beperkt tot valoriseerbaarheid en dat de nog belangrijker maatschappelijke functies van wetenschap, én haar intrinsieke waarde, de boventoon voeren. Het wordt tijd dat we niet langer praten over dé waarde van wetenschap, en daarbij enkel aan haar instrumentele valoriseerbare waarde denken, maar dat we recht doen aan de waaier van waarden van wetenschap.
Het gehele artikel is hier te vinden
Bron: Onderzoek Nederland nummer 258, pagina 5
Voeg een reactie toe