Verhaal
Gouden en groene wegen naar open access
De Nederlandse universiteiten hebben met de internationale uitgever Springer afgesproken dat alle artikelen die door hun onderzoekers in tijdschriften van deze uitgever worden gepubliceerd, in open access beschikbaar komen, mits de auteur daarmee instemt. De afspraak loopt vooralsnog tot 2011.

open access.jpg -
Foto: ajc1
Elsevier, de voor de universiteiten belangrijkste wetenschappelijke uitgever, start deze maand een proef om de toegang te verbreden. Elke universiteit houdt een digitaal archief bij en stelt daarin bijna alle digitale tijdschriftartikelen open. Daarmee wordt het gebruik van de resultaten van wetenschappelijk werk binnen en buiten universitaire kring sterk bevorderd, verwachten de universiteiten. Onderzoekers publiceren de resultaten van hun werk in tijdschriften van wetenschappelijke uitgevers na peer review door collegaonderzoekers. Universiteiten betalen via abonnementen en licenties voor de dienstverlening van de uitgevers. Uitgevers maken open access tot deze tijdschriftartikelen steeds vaker mogelijk. Vrijwel alle uitgevers staan toe dat de finale, goedgekeurde auteursversie van artikelen in de digitale archieven van de universiteiten (institutional repositories) wordt gedeponeerd, en daarmee voor elke belangstellende vrij beschikbaar komt.
Volgens NWO-voorzitter Jos Engelen is het duidelijk dat uitgeven een vak is en dat publiceren niet gratis is. De diensten die de traditionele uitgevers leveren zijn kwalitatief uitstekend. Alleen moeten uitgevers hun businessmodel aanpassen. De auteur betaalt de publicatiekosten, maar houdt zijn auteursrecht. Zo kunnen de gevestigde tijdschriften hun positie houden, inclusief hun impact factor. Als de uitgevers hieraan niet willen meewerken, moeten er, volgens Engelen, nieuwe OA tijdschriften komen.
NWO wil de barrières in de toegang tot wetenschappelijke resultaten wegnemen en streeft naar de zogenaamde ‘Golden Road’: rechtstreeks open access publiceren. Als dat niet kan, kiest de organisatie voor de ‘Green Road’: het deponeren van prepublicaties in databases. En als de Golden en de Green Road niet bestaan in een vakgebied, gaat NWO actief beleid voeren, zoals het bevorderen dat open access journals worden opgericht. Uiteindelijk zullen onderzoekers, volgens Engelen, geen excuses meer hebben om niet open access te publiceren.
Als de hele keten meedoet, kunnen de universiteiten en hun bibliotheken ervoor zorgen dat de repositories worden gevuld. Dan zijn de Nederlandse publicaties compleet en is minimaal de Green Road aangelegd. Voor de Golden Road zijn ook de uitgevers en de Koninklijke Bibliotheek nodig. De Koninklijke Bibliotheek coördineert en zorgt al voor de infrastructuur en het e-depot. Wat de uitgevers betreft is het hybride model van Springer een stap in de goede richting.
Ook de onderzoekers zelf moeten nu over de brug komen. NWO gaat jonge wetenschappers aanmoedigen om open access te gaan, al dan niet met zachte dwang. Als dat niet helpt, gaat NWO zijn onderzoekers verplichten. Volgens Engelen zullen ook de onderzoeksfinanciers hun rol in open access opeisen, door de kwaliteit van een instelling of een onderzoeker anders te meten. De financiers, inclusief OCW, zouden de overgangsfase naar de Golden Road moeten overbruggen. NWO komt daarom met een fonds van 5 miljoen euro. Engelen: „Maar ja, dan moet de rest van de wereld niet met de Shanghai-index blijven werken. We moeten ons in elk geval niet laten verlammen door vast te houden aan de gevestigde impactfactoren.”
Daarom moeten de open access-tijdschriften een hoge impactfactor krijgen. Bij CERN werd daarvoor een list bedacht, zegt Engelen, die lang in Genève werkte: „We hebben de artikelen over de constructie van de Large Hadron Collider (LHC) en de experimentele opstellingen bewust open access gepubliceerd. Dat was in het tijdschrift JINST, Journal of Instrumentation. Alle volgende artikelen over de LHC moeten wel verwijzen naar die eerste open access artikelen. Zo stuwen we het Journal of Instrumentation in een mum van tijd naar een hoge impactfactor, zo is de verwachting.”
Bron: Onderzoek Nederland 249, 12 februari 2010, pagina 2
Voeg een reactie toe