Verhaal, Artikel
Naar een nieuw en helder kennisbeleid (3/3)
Arie van der Hek & Walter Zegveld
Lees hier over Hoge Kwaliteit en Marktfalen in deel 1.
Lees hier over de Wisselwerking, Openheid en Herstructurering in deel 2.

Version 3.jpg -
Image: Applejan
Rolverdeling
Uitstekend wetenschappelijk onderzoek is één van de pijlers waarop het kennis en innovatiesysteem berust. Een andere belangrijke pijler vormen de instellingen die in samenwerking met het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en de overheid zelf, wetenschap en kennis in interactie met de praktijk omzetten in innovaties. TNO, de Grote Technologische Instituten (GTI’s), de Technologische Topinstituten (TTI’s) en de pseudo-topinstituten zoals het Netherlands Genomics Initiative (NGI) en vele anderen, zijn in deze infrastructuur belangrijk.
Van een duidelijke taak- en rolverdeling is echter geen sprake. De financiering is zeer verschillend geregeld. De financiële verplichtingen die gebruikers en participanten moeten aangaan, lopen zeer uiteen en missen een duidelijke systematiek. Het is niet verwonderlijk dat velen door de bomen het bos niet zien. Vooral voor het midden- en kleinbedrijf is deze structuur ontoegankelijk.
De instellingen zijn meestal sterk gericht op technologisch georiënteerde R&D, met verwaarlozing van de strategische, economische en gedragswetenschappelijke aspecten van het innovatieproces. Dit systeem is aan herziening toe. De minister zou hieraan hoge prioriteit moeten verlenen.
Risico’s
Bij de financiering van het overheidsinstrumentarium moet onderscheid gemaakt worden tussen het deel dat ingezet wordt om oplossingen te vinden voor maatschappelijke vraagstukken en het instrumentarium dat innovaties in het bedrijfsleven bevorderd. Het eerste deel zal in hoofdzaak publiek gefinancierd moeten worden.
Bij het bedrijfsleven ligt dat anders. Het bedrijfsleven wil door zijn bedrijfsprocessen en producten te innoveren, zijn concurrentiepositie versterken. Het verwacht dat zijn inspanningen uiteindelijk zullen renderen. Dat is omringd met onzekerheden en onvoorspelbaarheden. Er moeten risico’s genomen worden, die wel eens de financiële spankracht te boven gaan.
In zulke gevallen kan de overheid het beste op grond van een professionele beoordeling van de businesscase risicodragend kapitaal ter beschikking stellen, en bij concrete projecten zogenaamde technische ontwikkelingskredieten in te zetten. Daarmee ontstaat een positieve leverage voor het aantrekken van commercieel krediet. Deze financieringsmethoden passen bij een zakelijke behandeling van financieringsvraagstukken. Het voordeel is dat bij gebleken succes de staat zijn geld met rendement terugkrijgt. Maar de ambtelijke organisatie is niet toegerust om een dergelijk instrumentarium toe te passen. Heroprichting van de Nationale Investeringsbank in de rol van Nederlandse Ontwikkelingsbank ligt in de rede. De onderneming kan dan R&D-overeenkomsten sluiten met kennisinstellingen, waarbij de laatsten dankzij het feit dat ze met publiek geld worden gefinancierd een laag tarief in rekening kunnen brengen. Het is wel van belang dat de tariefstructuur bij alle instellingen volgens dezelfde, duidelijke, uitgangspunten is ingericht. Een fiscaal aantrekkelijke behandeling van R&D-kosten in de vennootschapsbelasting maakt het pakket kompleet.
Op het takenpakket van SenterNovem, dat onlangs is opgegaan in het Agentschap NL, kan flink bezuinigd worden, omdat veel subsidieregelingen kunnen verdwijnen. Het is de vraag voor welke thema’s de overheid extra budget moet hebben voor publiek-private constructies, waarin ondernemingen en kennisinstellingen samen een bepaald onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma uitvoeren en daarvoor publieke middelen ter completering van de eigen inspanningen vragen. In beginsel zal het hierboven geschetste instrumentarium kunnen volstaan.
Voor de financiering is het onlangs bij de Tweede Kamer ingediende wetsontwerp Economische structuurversterking niet nodig. De belangrijkste financieringsbron in dit wetsontwerp zijn de aardgasbaten. Deze zijn evenzeer variabel als de belastinginkomsten en onderscheiden zich niet principieel van bijvoorbeeld de vennootschapsbelasting, de BTW of de accijnzen. Volstaan kan worden met de begrotingswet, die de inkomsten en uitgaven regelt van de minister van wetenschap, technologie en innovatie. De aardgasbaten komen in de algemene middelen en zijn evenals andere inkomsten onderworpen aan politieke afweging.
Onderwijs
Iedere beschouwing over het Nederlandse innovatiesysteem behoort aandacht te besteden aan het basis- en voortgezet onderwijs, dat de onderbouw vormt van het hoger en wetenschappelijk onderwijs. We moeten ons daarbij realiseren dat ingrijpende vernieuwingen hoge eisen stelt aan het vermogen van de burger zich aan te passen en de kennis en vaardigheden te verwerven om te kunnen deelnemen aan het arbeidsproces.
Helaas is er een groeiende groep in het onderwijs die afhaakt voordat ze de arbeidsmarkt betreedt. De groep, die eenmaal aan het werk is, maar geen kans lijkt te zien om mee te komen, groeit eveneens. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de cohesie in de samenleving, de welvaartsontwikkeling en verdeling en de aanvaarding van de uitkomsten van het politiek-democratische proces, waarbij deze groepen zich niet betrokken voelen. Het leidt tot de creatie van een maatschappelijke klasse die niet in staat is actief deel te nemen aan de maatschappelijke ontwikkeling. Zij voelt zich overgeleverd aan allerlei collectieve voorzieningen, die voortdurend onder druk staan en beschouwd worden als het sociale vangnet voor hen die niet kunnen meekomen. Het is daarom van het grootste belang mensen op jonge leeftijd te behoeden voor deze sociale valkuil. Het VMBO en het MBO spelen daarbij een sleutelrol.
Het is beschamend voor het Nederlandse onderwijssysteem dat dagelijks vanuit de grensstreek tientallen bussen met leerlingen naar België worden vervoerd om daar lager- en middelbaar beroepsonderwijs te genieten. Het is nodig de jonge mensen die dit onderwijs volgen op te vangen in kleinere klassen met veel persoonlijke aandacht.
Het leren van een vak in een duidelijk gestructureerd leerproces is van groot belang. Dit is een dure operatie, maar de maatschappelijke kosten verbonden aan non-participatie en erger zijn vele malen groter. Wanneer dit beleid slaagt, draagt het ook bij aan de ontwikkeling van hen die het vermogen hebben om na het MBO de stap te zetten naar het HBO en verder naar het wetenschappelijk onderwijs.
Ombuigingen
Op dit moment zijn ambtelijke werkgroepen bezig het geheel van de publieke uitgaven te onderzoeken om te kunnen komen tot ombuigingen en bezuinigingen, die leiden tot een sanering van de overheidsuitgaven. Wetenschap, technologie en innovatie zijn essentiële bouwstenen voor de toekomstige welvaart. Het huidige beleid op de genoemde gebieden is onsamenhangend. Wat betreft de bestedingen lopen we ver achter op de concurrentie. Het systeem mist openheid, structuur en effectiviteit. In dit essay wordt de huidige situatie belicht en wordt een aantal voorstellen gedaan ter verbetering. We adviseren dat de hervorming van het wetenschaps-, technologie- en innovatiesysteem als voorwaarde wordt gesteld bij het verstrekken van additionele financiële middelen.
Bron: Onderzoek Nederland 250, 26 februari 2010, pagina 5-8
Voeg een reactie toe