Verhaal
Waarom wil Van der Hoeven het nanodebat eigenlijk?
Voorzitter Peter Nijkamp van de Commissie Maatschappelijke Dialoog Nanotechnologie (CieMDN) overhandigde vorige week zijn debatagenda tot eind 2010 aan minister van der Hoeven van EZ. Een budget van 2,5 miljoen euro is beschikbaar voor maatschappelijke organisaties en bedrijven die de eerste helft van 2010 activiteiten willen organiseren rond informatievoorziening, bewustwording en dialoog.

2923837939_def407018d.jpg -
Illustratie: marsdd
De deadline voor korte voorstellen is 19 oktober, en geselecteerde indieners krijgen de eerste helft van november om hun voorstel uit te werken. Succesvolle projecten moeten voor 15 december beginnen. De thema’s waarover het debat moet gaan zijn gezondheid, voeding en gezondheidszorg; natuur en milieu / duurzame samenleving; veiligheid en privacy; internationale vraagstukken en duurzame economische groei. Begin 2010 volgt een tweede oproep voor activiteiten in het najaar. Doelgroepen zijn maatschappelijke organisaties en het brede publiek, de overheid, onderzoekers en het bedrijfsleven.
Op de vraag waarom ze juist nu zoveel geld steekt in dit debat en wat ze ermee wil, blijft Van der Hoeven het antwoord schuldig. De overheid wil niet sturen en belooft ook niet de resultaten van het debat in beleid te vertalen. Binnenkort zal bekend worden in welke micro- en nanotechnologie-ontwikkeling de overheid de komende jaren 125 miljoen euro FES-gelden investeert. De vraag is hoeveel ruimte er is voor een koerswijziging als over een jaar blijkt dat de deelnemers aan de dialoog heel andere prioriteiten hebben voor toepassingen van nanotechnologie dan het kabinet.
Wat heeft het algemene publiek te winnen met dit debat? Een nulmeting van de publieke opinie over nanotechnologie door Schuttelaar en Partners onder vijf focusgroepen wijst uit dat 46 procent nog nooit gehoord heeft van nanotechnologie en 24 procent een beetje. 30 procent claimt te weten wat nanotechnologie is. De respondenten zien kansen en risico’s van nanotechnologie en willen keuzevrijheid van consumenten. Hiervoor is openheid nodig over voor- en nadelen van nanotechnologie door overheid en bedrijven. Vooral met risico’s voor de menselijke gezondheid en arbeidsomstandigheden moet zorgvuldig worden omgegaan. De meeste respondenten willen wel informatie over producten waarin nano verwerkt is, maar dat heeft geen invloed op hun koopgedrag. Hoeveel mensen echt willen meepraten over nanotechnologie blijft vaag.
Vraag blijft ook waarom de minister een nieuwe commissie ingesteld heeft om dit debat te organiseren, terwijl het Rathenau Instituut al sinds 2003 discussie stimuleert over nanotechnologie. Is de nadruk die dit instituut de laatste jaren legde op de risico’s van nanodeeltjes misschien in het verkeerde keelgat geschoten? Het Rathenau lijkt volop mee te werken om het nieuwe debat tot een succes te maken.
Tijdens een OECD-workshop vorig jaar wees Arie Rip (Universiteit Twente) op de zorg dat publiek engagement met nanotechnologie de parlementaire besluitvorming kan ondermijnen, en stelde dat publieksdialogen, als ze serieus genomen worden, expliciet georkestreerd moeten worden. Destijds verwachtte hij dat de CieMND nieuwe methoden voor orkestratie van de dialoog zou kunnen uitproberen. Of dat ervan komt als deze commissie de organisatie van activiteiten in handen van maatschappelijke actoren legt is de vraag. Maar een experiment is deze dialoog zeker.
Bron: Onderzoek Nederland nr. 241, 9 oktober 2009, Pagina 2
Voeg een reactie toe