Nieuws
TB verdraagt geen competitie
Tuberculose, en vooral het probleem van resistentie van de ziekteverwekker tegen antibiotica en geneesmiddelen, is te belangrijk om over te laten aan onderzoekers die met elkaar moeten wedijveren om subsidie.
tbc.bmp -
Illustratie: Médicos del Mundo
Die boodschap uitte EASAC, de vereniging van Europese academies van wetenschappen, vorige week op wereld-TBdag. Tuberculose rukt weer op, ook in Europa, als gevolg van co-infectie met hiv en door de migratiestromen. En wat erger is: de resistentie van de ziekteverwekker tegen antibiotica (eerstelijns verdediging) en geneesmiddelen (tweedelijn) groeit.
Dat resistentieprobleem vergt nieuwe middelen en vooral veel fundamenteel onderzoek. En daar zit een zorg van de academies, want de uitgaven voor fundamenteel TB-onderzoek stijgen niet, maar dalen. De grootste speler in het veld is het Amerikaanse National Institute of Allergy and Infectious Diseases (NIAID), dat 60 procent van het fundamentele tuberculoseonderzoek bekostigt. Europa is een kleine speler. Via zijn Kaderprogramma levert de Europese Unie een bijdrage van 3 procent aan het fundamentele TB-onderzoek. Dat geringe percentage is niet verwonderlijk, erkent EASAC in zijn rapport, want het Kaderprogramma is niet gericht op fundamenteel onderzoek. De bijdragen van de lidstaten zijn belangrijker.
Europa zou wel meer gewicht in de schaal kunnen leggen, want het heeft sterke onderzoeksgroepen op dit gebied. Probleem is dat die onderzoeksgroepen in Europa moeten wedijveren om beperkte middelen. Dat is nu eenmaal de gewoonte. Maar volgens EASAC zijn er goede redenen om voor het tuberculoseonderzoek te zoeken naar een andere financieringsvorm. TB en het resistentieprobleem vergen langdurig multidisciplinair onderzoek in goed beveiligde faciliteiten en veelal met gebruik van primaten. Dat is lastig als er om de paar jaar om financiering moet worden gevochten.
De Europese Commissie zou daarom een nieuw model moet introduceren, waarin een groep experts uit academia en industrie zorgt voor consensus over de onderzoeksagenda. Vervolgens zou een consortium van alle Europese onderzoeksgroepen moeten worden gevormd, die voor tien jaar financiering krijgt toegezegd, met een evaluatie halfweg de rit.
Voor Europa valt er verder veel te winnen in klinische trials. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, hebben elkaar gevonden in het EDCTP (European and Developing Countries Clinical Trials Partnership), dat met instellingen in Afrikaanse landen werkt aan het testen van middelen tegen verscheidene armoedeziekten. Het EDCTP heeft net een call gepubliceerd voor TB-trials. Het samenwerkingsverband komt eindelijk goed op stoom, aldus EASAC, maar het moet verder versterkt worden. Om te beginnen moet ervoor worden gezorgd dat alle EU-lidstaten zich bij het EDCTP aansluiten.
Maar tegelijk moet het werkterrein voor klinisch onderzoek worden verlegd, suggereert EASAC heel voorzichtig. Trials in Afrika zijn belangrijk, maar de Europese Unie moet meer aandacht schenken aan zijn nieuwe, Oost-Europese lidstaten, waar de opmars van resistente TB-stammen het hardst gaat.
Bron: Onderzoek Nederland, nr. 232, pg. 1
Voeg een reactie toe