Verhaal
Shell zoekt biologie in het buitenland
Shell heeft overeenkomsten gesloten met zes academische instellingen voor onderzoek naar nieuwe biogrondstoffen en nieuwe processen voor biobrandstoffen. Dit onderzoek vult het eigen onderzoek van Shell op het gebied van biobrandstoffen aan en zal het tempo van de R&D versnellen.

290263017_2ea53fb6f8.jpg -
Illustratie: Metropol 21
De zes academische instellingen zijn: het Massachusetts Institute of Technology (MIT), University of Campinas in Brazilië, [Institute of Microbiology en Qingdao Institute of Bioenergy and Bioprocess Technology in China, Centre of Excellence for Biocatalysis en School of Biosciences in Engeland. Het gaat om overeenkomsten van 2 tot 5 jaar, waarbij het accent ligt op het verbeteren van de processen voor biobrandstoffen en verlaging van de kosten. Bij het onderzoek naar biobrandstoffen zijn bij Shell onderzoekers van diverse R&D-centra betrokken: Amsterdam, Bangalore (India), Westhollow (Houston,VS) en Thornton (Engeland). Shell heeft zijn investeringen in biobrandstoffen in 2007 verviervoudigd. Hoe omvangrijk het onderzoek naar biobrandstoffen nu is en wat Shell daar per jaar aan uitgeeft, kan woordvoerder Wim van de Wiel van Shell op het moment niet aangeven. Shell maakt dit mogelijk bekend bij de presentatie van zijn jaarcijfers. Wel is duidelijk dat bij Shell, de academische instellingen en de business partners in totaal enkele honderden mensen bij het onderzoek naar biobrandstoffen betrokken zijn.
Shell participeert sinds 2005 in het Duitse bedrijf Choren, dat via de vergassing van houtsnippers en Fischer Tropschsynthese biodiesel wil maken. Het principe, biomass to liquid (BTL) is gelijkwaardig aan gas to liquid (GTL) waarmee Shell al commercieel diesel produceert in Maleisië. De vergassing met behulp van stoom levert koolmonoxide en waterstof op, dat met behulp van een ijzerkatalysator wordt omgezet in vloeibare brandstoffen, zoals schone diesel, nafta en gasolie. Shell V-Power Diesel bijvoorbeeld bevat voor een deel GTL uit Maleisië. In de loop van dit jaar start Choren een demonstratiefabriek van 15.000 ton op. Daarna gaat Choren met Shell een installatie op subcommerciële schaal bouwen om met het proces nog meer ervaring op te doen. Daarna volgt de bouw van een BTL-fabriek op commerciële schaal. „Maar dan zijn we al een paar jaar verder”, aldus de woordvoerder.
Ook neemt Shell deel in het Canadese Iogen, een bedrijf dat biomassa, voornamelijk stro, met behulp van enzymen wil omzetten in ethanol. Ook dit bedrijf is al ver gevorderd met het ontwikkelen van een productieproces voor het maken van ethanol uit cellulose. Verder neemt Shell deel in het Amerikaanse bedrijf Codexis, dat superenzymen ontwikkelt voor de omzetting van biogrondstoffen, en in Cellana op Hawaï, dat olieproducten op basis van algen wil maken. Ten slotte participeert Shell nog in het Amerikaanse Virent, dat plantensuikers zonder tussenstap van ethanol rechtstreeks wil omzetten in benzine. Op het lijstje van Shell komen geen Nederlandse bedrijven of universiteiten voor. Maar wat niet is kan nog komen. „Wellicht gaat Shell de komende jaren ook met Nederlandse partners in zee”, aldus Van de Wiel.
Bron: Onderzoek Nederland, nr. 226, pg.2
Voeg een reactie toe