Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Nanodemocratie

Publieke betrokkenheid bij nanotechnologie kan bijdragen aan neo-corporatistische tendensen in de samenleving, en zo de parlementaire besluitvorming ondergraven. Het debat over nanotechnologie behoefte daarom regie.

  • 387493906_058e30fa46.jpg

    387493906_058e30fa46.jpg -

    Bron: Chewk

Dat betoogde Arie Rip (Universiteit Twente) tijdens een conferentie onlangs in Delft, georganiseerd door de Working Party on Nanotechnology van de OESO. Rip ziet drie dilemma's in publieksbemoeienis met nanotechnologie. Het is lastig te bepalen wat het juiste moment is voor publieke dialoog, en het is de vraag welke rol de verschillende publieken zouden moeten spelen. Zijn de vaak genoemde articulatie van waarden of voorkeuren wel bruikbaar? Wie zijn geschikte woordvoerders voor publieken? NGO's hebben hun eigen agenda's, maar wat betekent de inbreng van gewone burgers eigenlijk?
Volgens de Twentse hoogleraar kan de brede commissie voor de nanodialoog nieuwe methoden voor orkestratie van de dialoog uitproberen, als een maatschappelijk experiment. Minister Van der Hoeven (EZ) zal deze commissie naar verwachting nog dit jaar installeren. De commissie moet tot 2011 werken aan een politieke agenda voor nanotechnologie waarin prioriteiten voor het debat gesteld worden.

Het Rathenau Instituut stimuleert sinds 2003 stakeholderdialoog over nanotechnologie. Publiek en NGO's zijn hierbij nauwelijks betrokken geweest. Ze bleken weinig geïnteresseerd. Andere landen hebben soortgelijke dilemma's, zo bleek tijdens de OESO-conferentie. Frankrijk overweegt de Nationale Commissie voor het Publiek Debat (CNDP) een nieuwe nanodialoog te laten starten. Al in 2005 riep toenmalig premier Villepin op tot zo'n dialoog. In 2006 en 2007 zijn kleinschalige debatten, burgerconferenties en een nanodialoog georganiseerd voor een breed publiek. Dat leidde tot pleidooien voor meer toxicologisch onderzoek en sterkere institutionele controle.

Volgens Brice Laurent (CSI, Ecole des Mines), verschilden sponsors, organisatoren en activisten van mening over de doelstellingen van deze activiteiten. Activisten vreesden dat hun medewerking aan de debatten zou worden opgevat als steun voor nanotechnologie. Bovendien bleek het proces frustrerend voor deelnemers, omdat de aanbevelingen vooralsnog niet zijn geïmplementeerd. Sinds eind 2007 organiseert Frankrijk nanoforums over specifieke kwesties voor beleidsmakers. In Groot-Brittannië hebben publieke dialoog en sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar nanotechnologie sinds 2004 de noodzaak van inzicht in maatschappelijke en ethische implicaties op de beleidsagenda gezet. De nieuwe onderzoeksagenda omvat ondermeer: verkenning van de sociale gevolgen van geografische clustering van nano-innovatie; ethiek van medische nanotechnologie; vergelijking van nanotechnologie met genetisch gemodificeerde voeding en asbest. Het Britse ministerie van milieu, bosbouw en plattelandsontwikkeling (DEFRA) publiceert binnenkort een oproep voor studies over nanoclusters, en onderhandelt met medefinanciers over de rest.

Informatie over het debat is te vinden op www.oecd.org/sti/nano.

Bron: Onderzoek Nederland, nr. 221, p. 3.

7 nov 08