Verhaal
Farma krijgt oog voor vergeten ziekten
Met de belangstelling voor opkomende markten groeit ook de aandacht voor de ziekten die daar heersen. Farmaceuten investeren in onderzoek naar geneesmiddelen voor ziekten die voorheen geen aandacht kregen. Maar de verschillen tussen bedrijven zijn groot.

102133118_f159a29d90.jpg -
Image alincolnt
Dat blijkt uit de eerste editie van de Access to Medicine Index. Die index is een initiatief van de Nederlander Wim Leereveld en wordt financieel gesteund door onder anderen het ministerie van buitenlandse zaken en een reeks ontwikkelingsorganisaties. De index brengt in beeld in hoeverre farmaceutische ondernemingen tegemoetkomen aan de vraag naar geneesmiddelen in de armere delen van de wereld. Leereveld keek daarvoor naar verschillende criteria, variërend van het doneren van medicijnen en het ter beschikking stellen van beschermde kennis, tot financiële ondersteuning van lokale zorginstellingen. En of je nu ieder criterium apart neemt of alle samen, het beeld is steeds hetzelfde: er zijn in de farmaceutische industrie koplopers die de strijd tegen vergeten aandoeningen en armoedeziekten tot onderdeel hebben gemaakt van hun bedrijfsstrategie, en er is een achterhoede van ondernemingen die er absoluut geen werk van wil maken. Tot de koplopers behoren GlaxoSmithKline, Novo Nordisk en Merck. Hekkensluiter is Schering-Plough.
Het goede nieuws is dat de farmaceutische industrie meer investeert in onderzoek naar de behandeling van ziekten die vooral in ontwikkelingslanden voorkomen. In de index wordt gekeken naar de lijst van tien 'vergeten' ziekten van de WHO (waaronder slaapziekte, rivierblindheid, bilharzia, en zwarte koorts) en naar de aandoeningen die vallen onder de Globale Disease Burden (ziekten die elk zorgen voor meer dan 1 procent van de totale sterfte; zoals tuberculose, malaria, aids, aandoeningen die leiden tot diarree, en mazelen). Het belang van de geneesmiddelenmarkt in ontwikkelingslanden groeit. En farmaceuten zien in dat ze voor die markten nieuwe geneesmiddelen moeten ontwikkelen of bestaande geneesmiddelen moeten aanpassen.
Maar ook in R&D zijn de verschillen tussen ondernemingen groot. In de index krijgen GlaxoSmithKline, AstraZeneca, Novartis en Eli Lilly een pluim omdat ze speciale R&D-afdelingen hebben die zich geheel richten op armoedeziekten, en dat doorgaans doen in samenwerking met publiek gefinancierde kennisinstellingen. GlaxoSmithKline, Novartis en Sanofi-Aventis zijn bovendien actief in de ontwikkeling van
vaccins voor tropische ziekten. Maar ook ondernemingen die zelf weinig kennis in huis hebben van tropische ziekten, kunnen hun steentje bijdragen. Door technologische kennis ter beschikking te stellen van de R&D van anderen, en door lokaal training en opleiding te faciliteren. Voorbeeld van een onderneming die hierop hoog scoort is Roche.
De koplopers hebben aansluiting bij de grote initiatieven voor armoedeziekten, zoals de TB Alliance, het Drugs for Neglected Diseases Initiative, en Medicines for Malaria Venture. En ze vinden de weg naar lokale ondernemingen en kennisinstellingen. Die samenwerking is cruciaal, aldus de samensteller van de index, vanwege de kennis van lokale omstandigheden en gebruiken. Medicijnen die met voeding moeten worden ingenomen zijn nutteloos in gebieden waar weinig of niets te eten is. En medicijnen die veel eisen van de discipline van patiënten of veelvuldige contacten tussen arts en patiënt vergen, zijn in ontwikkelingslanden weggegooid geld.
Die problemen beginnen nu onderwerp te worden van onderzoek van de farmaceutische industrie. Waar, volgens de index, nog te weinig aandacht voor is, zijn medicijnen en therapieën die geschikt zijn voor kinderen in ontwikkelingslanden.
Bron: Onderzoek Nederland, nr. 214, p. 5
Voeg een reactie toe