Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Nederlands Nano Initiatief moet er komen

De nanotechnologie in Nederland behoort kwalitatief tot de wereldtop. Maar het zal veel geld kosten om aan de top te blijven. En daarom moet het Nederlands Nano Initiatief (NNI) er komen.

  • 1557373_e1f906ea88.jpg

    1557373_e1f906ea88.jpg -

    Illustratie jurvetson

Dit was de boodschap van prof. David Reinhoudt afgelopen woensdag in zijn afscheidsrede aan de Universiteit Twente. Reinhoudt is een van de grote drijvende krachten achter de nanotechnologie in Nederland en een van de initiatiefnemers van NanoNed, een landelijk samenwerkingsverband van de universiteiten van Twente, Delft, Groningen, Wageningen, Amsterdam, TNO en Philips. Het vijfjarige programma heeft een budget van 235 miljoen uit ICES-KIS en loopt eind volgend jaar af. NanoNed kan zich internationaal meten met soortgelijke initiatieven in Canada, Californie en Zwitserland. Voorlopig althans, en alleen als het NNI er komt, aldus Reinhoudt. Het NNI is een plan van STW, FOM en NanoNed voor een grootschalig publiek-privaat programma nanotechnologie, met een budget in de orde van honderd miljoen euro per jaar. De nanotechnologie gaat dezelfde vlucht nemen als eerder de moleculaire biologie, iets wat minister Plasterk moet aanspreken, aldus Reinhoudt.
Volgens hem gaat de technologie grote invloed krijgen op uiteenlopende gebieden als medicijnen, de auto-industrie, waterzuivering, voeding en gezondheid. Dat Nederland zo'n vooraanstaande rol speelt is vooral te danken aan de visie van de Universiteit Twente om het toenmalige instituut voor micro-elektronica, MESA, uit te bouwen tot een interdisciplinair instituut voor nanotechnologie, MESA+. Reinhoudt en zijn collega Kees Eikel zijn erin geslaagd in dit instituut drie aspecten te combineren: een hoge wetenschappelijke kwaliteit, de integratie van disciplines, en valorisatie. Volgens Reinhoudt zou NanoNed er nooit zijn gekomen als MESA+ er niet was geweest.
De ontwikkeling had nog veel sneller kunnen gaan als de voorloper van MESA+, NanoLink er ooit was gekomen. Dit was een samenwerking tussen Twente en Delft in de jaren negentig in een periode dat de toenmalige minister Ritzen een dieptestrategie voorstond. De beoordelingscommissie van NWO zag, ondanks de onbetwiste wetenschappelijke kwaliteit, echter niets in een multidisciplinair project als NanoLink en wees het af omdat het niet paste in de dieptestrategie. Reinhoudt kreeg de naam van de voorzitter van deze commissie woensdag nog steeds niet over de lippen. Volgens Reinhoudt is NWO nog altijd verkeerd georganiseerd, namelijk in disciplinegebieden. NWO heeft er dus zelf belang bij om disciplines in stand te houden, waardoor interdisciplinair onderzoek geen kans krijgt. Hij pleitte ervoor aan NWO een adviesraad toe te voegen met vertegenwoordigers uit wetenschap, industrie en maatschappelijke organisaties. Een raad die keuzes kan maken. Vergelijkbaar met de manier waarop STW is georganiseerd. Het zou NWO politiek draagvlak geven voor het opzetten van nationale onderzoekprogramma's.
Hij pleitte er verder voor onderscheid te maken in universitaire undergraduate en graduate opleidingen. Waarbij de laatste research moeten kunnen doen onafhankelijk van de studentenaantallen. Als we Nobelprijzen willen winnen in Nederland dan moeten we het anders organiseren, was zijn boodschap, met universiteiten die de opleidingen voor hun rekening nemen en instituten waar de research plaats vindt. Vergelijk het met de Max Planck instituten in Duitsland. Reinhoudt heeft hoge verwachtingen van dit kabinet als het gaat om nanotechnologie. Uit het kabinetsstandpunt spreekt ambitie. Hij hoopt dinsdag op een positief antwoord op het NNI-plan, maar is niet optimistisch: „Ik heb tot nu toe nog geen budget gezien”.

Bron: Onderzoek Nederland, nr. 195, p. 4

Voeg een reactie toe

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website

titel *verplicht

reactie *verplicht

Houd me op de hoogte

naam *verplicht

email *verplicht