Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

De chemie staat voor duurzame sprong

Rein Willems & Jacques Joosten (Regiegroep Chemie)

„Ambitieus, moeilijk haalbaar, maar niet irreëel”, zo omschrijft Rein Willems de doelstellingen van het businessplan dat de Regiegroep Chemie eind augustus heeft ingediend bij SenterNovem.

Willems, lid van de Eerste Kamer en tot 1 september president-directeur van Shell Nederland, is de nieuwe voorzitter van de Regiegroep. Hij volgt Jacques Joosten (DSM) op die zich nu helemaal kan richten op het Polymeren Innovatieprogramma, een van de pijlers onder het plan. De Regiegroep geeft met het plan invulling aan het sleutelgebied Chemie dat door het vorige Innovatieplatform is aangewezen. Het zal begin oktober worden beoordeeld door de strategische adviescommissie van Rinnooy Kan. Deze commissie brengt advies uit aan minister Van der Hoeven van EZ die naar verwachting eind november haar beslissing bekend zal maken.
Het plan heeft een economische en een duurzaamheidsdoelstelling. De economische doelstelling is om de komende tien jaar de bijdrage van de chemie aan het bruto binnenlands product te verdubbelen. De duurzaamheidsdoelstelling is om het gebruik van fossiele grondstoffen de komende vijfentwintig jaar te halveren. Willems: „Dergelijke doelen bereik je niet met stapsgewijze verbeteringen. Je moet een sprong maken in de ontwikkeling van de chemische sector en dat is alleen mogelijk als alle partijen samenwerken en samen investeren: overheid, industrie en kennisinstellingen.”
„We zijn erin geslaagd een coherent plan op te stellen dat recht doet aan alle facetten van de chemie: de industrie, de kennisinfrastructuur, het imago en de human capital agenda. Voor het eerst presenteren we al deze onderwerpen in een samenhangend businessplan. Zo zijn we erin geslaagd de universiteiten afspraken te laten maken over welk onderzoek waar zal plaatsvinden, om focus en massa aan te brengen, een discussie waar bij de instellingen zelf de afgelopen jaren weinig vooruitgang is geboekt.” Om deze doelstellingen te bereiken heeft de Regiegroep vier innovatielijnen uitgezet: Materialen, Biotechnologie voor specialiteiten, Katalyse en duurzame processen, en Procestechnologie. Voor Materialen heeft het Dutch Polymer Institute het Polymeren Innovatieprogramma opgesteld.
Volgens Willems is het gerechtvaardigd de overheid te vragen mee te investeren in de plannen. „Wil de chemie innovatief blijven, dan moet er geïnvesteerd worden in het ontwikkelen van kennis. De chemische industrie heeft voor een aantal actielijnen zelf al middelen uitgetrokken. Tegelijkertijd is het karakter van de industriële R&D sterk veranderd. Research is een open proces geworden waarbij partijen met elkaar samenwerken. Dat maakt de chemie aantrekkelijk voor het opzetten van nieuwe bedrijven en voor nieuw ondernemerschap. Het is vergelijkbaar met de ontwikkeling bij Philips. Dit bedrijf doet alleen nog aan open innovatie. De Hightech Campus rond het vroegere Natlab in Eindhoven is het levende bewijs. In de chemie staan we hetzelfde voor. Onderdeel van ons plan is een Centrum voor Open Chemische Innovatie (COCI). Dit moet een omgeving bieden waar chemische entrepreneurs kunnen gedijen en dus nieuwe bedrijven zullen ontstaan. Bij een inventarisatie kwamen we tot onze verrassing al tot tachtig startende en MKB-ers in de chemie. Dit betekent dat er een grote ondernemingsgeest is. Om deze trend door te zetten is het gerechtvaardigd de overheid een bijdrage te vragen. De toekomst van de chemie is aan jonge innovatieve bedrijven. Tegelijkertijd biedt de aanwezigheid van grote bedrijven een sterke infrastructuur.”
„Om het duurzaamheidsdoel te halen zal de chemie langzamerhand overstappen van fossiele op biologische grondstoffen. Vandaar dat we in ons plan veel waarde hechten aan duurzame materialen, katalyse en biotechnologie. Ook dit biedt kansen voor jonge bedrijven. Het neemt niet weg dat het nog lang zal duren voordat petrochemie over zal stappen op biologische grondstoffen. Het kraakproces is nu eenmaal het hart van de petrochemie. En dat vervang je niet gemakkelijk, temeer omdat er nog geen andere route is.”
De totale omzet van een van de vier innovatielijnen, het programma duurzame materialen (polymeren en kunststoffen) over de periode 2008 tot 2015 wordt begroot op 293 miljoen euro. Het merendeel hiervan komt van bedrijven en kennisinstellingen. Van de overheid wordt een bijdrage gevraagd van 110 miljoen euro. Jacques Joosten: „Polymeren en kunststoffen dragen 40 procent bij aan de toegevoegde waarde van de chemie. Onze ambitie is om met het polymerenprogramma de komende tien jaar 2,4 miljoen euro bij te dragen aan de groei van de chemie: 0,8 miljard uit nieuwe bedrijven en het MKB en 1,6 miljard als resultaat
van het precompetitieve onderzoeksprogramma.”
Het nieuw opgerichte Value Centre bij het Dutch Polymer Institute (DPI) speelt hierin een essentiële rol als katalysator in het benutten van kennis en het stimuleren van het starten van nieuwe bedrijven. Polymeren lenen zich uitstekend voor het starten van een nieuw bedrijf zoals blijkt uit Polymer Vision, een bedrijf in Eindhoven dat zich met succes toelegt op de productie van oprolbare displays.
Joosten: „In de periode na 2012 kunnen we de resultaten benutten van het onderzoek dat in eerdere jaren is gedaan. Bovendien verwachten we dat zich in deze periode nieuwe bedrijven aandienen, die activiteiten beginnen in polymeren en kunststoffen, bijvoorbeeld in recycling of biopolymeren. Alles bij elkaar verwachten we uit deze activiteiten een extra omzet van 2,4 miljard euro.”

Bron: Onderzoek Nederland, nr. 194, p. 4

31 aug 07
Voeg een reactie toe

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website

titel *verplicht

reactie *verplicht

Houd me op de hoogte

naam *verplicht

email *verplicht