Verhaal
De kruidenier krijgt geen Nobelprijs
De vorige minister van onderwijs wilde eigenlijk horen op welke medisch-wetenschappelijke gebieden er nog weinig concurrentie van andere landen is, opdat Nederland daar zijn slag kon slaan. Maar dat vond de Raad voor Medische Wetenschappen van de KNAW niet raadzaam.

262375027_a0b9e7fa17.jpg -
Illustratie Jeff.Dlouhy
Van der Hoevens opvolger Plasterk, die het KNAW-advies over het gezondheidsonderzoek onlangs in ontvangst mocht nemen, was zelf een van de deskundigen die door de Raad voor Medische Wetenschappen werd geconsulteerd voor het advies. Plasterk zal moeiteloos kansrijke opkomende gebieden hebben benoemd, zoals alle geconsulteerde experts dat konden. Maar de opsomming leverde geen eenduidig beeld op, zegt prof. Bob Löwenberg, voorzitter van de Raad voor Medische Wetenschappen. In het advies worden enkele voorbeelden genoemd, zoals de systeembiologie, het stamcelonderzoek, de regeneratieve geneeskunde en onderzoek aan multifactoriële aandoeningen.
Maar met zo'n opsomming zeg je nog niets, aldus Löwenberg: „De belangrijkste conclusie die je eraan kunt
verbinden is dat het gezondheidsonderzoek steeds meer multidisciplinair wordt. Neem de synthetische biologie, het bouwen van functionerende biologische moleculen. Dan heb je het over een hele reeks van wetenschappelijke disciplines, van de wiskunde tot de genetica en de moleculaire wetenschappen.”
Het idee dat een beperkt aantal onderzoeksterreinen kan worden aangewezen waarop Nederland zijn kaarten moet zetten, is een illusie, concludeerde de medische raad van de KNAW. Die wingebieden moeten uit het onderzoek zelf komen. Löwenberg: „Het is zaak te zorgen voor een optimaal onderzoeksklimaat. Investeer in eigen wetenschappelijk talent, en haal buitenlands talent naar Nederland. Dan worden de kansrijke gebieden vanzelf ontsloten.”
Zodra je als overheid thema's gaat benoemen waarvoor geïnvesteerd gaat worden, bouw je beperkingen in, zegt Löwenberg: „Je ziet dat er steeds meer gelden geoormerkt worden. En je ziet steeds kleinere, versnipperde subsidies. Het blijft kruideniersgedoe in Nederland.” De inventarisatie die de Raad voor medische Wetenschappen maakte, wees uit dat de kwaliteit van het Nederlands gezondheidsonderzoek
bijzonder goed is. Buitenlandse deskundigen die werden geraadpleegd waren vrijwel zonder uitzondering
lovend. En de bijdrage van het Nederlandse medisch onderzoek is groter dan je zou verwachten op grond van het inwonertal van de lage landen. Löwenberg: „Nederland doet het goed, maar niet zo goed dat we Nobelprijzen binnenhalen. Het zou veel beter kunnen. Als je tot de top wilt behoren, moet je rigoureuzer te werk gaan en kiezen voor het beste onderzoek en de beste onderzoekers. In dat opzicht heeft Nederland nog veel te winnen.”
In het advies aan het kabinet pleit de medische raad van de KNAW dan ook niet voor omvangrijke programma's op een beperkt aantal terreinen, maar voor een structurele versterking van de financiële basis voor fundamenteel, translationeel, klinisch en gezondheidswetenschappelijk onderzoek. Dat kan, volgens het advies, het best door een verhoging van het budget van NWO en ZonMW. Löwenberg: „Dat is
een manier om het ongebonden onderzoek te versterken. NWO en ZonMW hebben de kwaliteitssystemen die kunnen garanderen dat het geld bij de beste onderzoekers en het beste onderzoek terecht komt.” De extra middelen voor NWO en ZonMW moeten vooral worden besteed aan de persoonsgebonden subsidies. Een versterking van de persoonsgebonden subsidies levert de hoogste kans op dat een Nederlandse onderzoeker nog eens de Nobelprijs voor de geneeskunde krijgt.
Hoewel ook de Raad voor Medische Wetenschappen van de KNAW verheugd is over de extra middelen die de afgelopen jaren beschikbaar zijn gekomen voor onderzoek, plaatst zij kritische kanttekening bij de besteding ervan. Om te garanderen dat die extra investering de hoogste wetenschappelijke kwaliteit oplevert, moeten ook de incidentele geldstromen in handen gegeven worden van NWO en ZonMW,
aldus de KNAW-raad.
Bron: Onderzoek Nederland nr. 188, p. 5
Voeg een reactie toe