Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Terwijl de commerciële archeologie een ongekende bloei doormaakt, verpaupert het vak aan de universiteiten. Zonder maatregelen leidt die scheefgroei tot een gebrekkig beeld van het verleden.

Dat concludeert de verkenningscommissie archeologie van de KNAW in zijn rapport, dat binnenkort gepubliceerd wordt. De kentering richting markt werd in gang gezet door het verdrag van Malta uit 1992, dat onder meer verplicht historische resten te onderzoeken die bijvoorbeeld op bouwplaatsen boven komen. Dat verdrag leidde in Nederland tot een vrije markt voor opgravingen. Staken voordien alleen universiteiten en de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek de spa in de grond, nu wordt 90 procent van de opgravingen gedaan door commerciële bureaus. Er gaat meer geld dan ooit naar archeologie, maar vooral in de private sector. De ervaringskennis die universiteiten hebben van opgravingen dreigt te eroderen, aldus de verkenningscommissie. Want de universiteiten komen er in het veld niet meer tussen. Volgens de commissie moeten daarom bepaalde categorieën opgravingen aan universiteiten worden voorbehouden.
Het grote aantal opgravingen levert een enorme stroom aan data op. En door de scherpe prijsconcurrentie tussen de commerciële archeologen staat de kwaliteit van hun rapportages onder druk. Willen we de datastroom verwerken in wetenschappelijk verantwoorde beelden van het verleden, dan moet de verwerking in handen worden gegeven van de universiteiten.

Maar die moeten dan wel de middelen krijgen om hun archeologen daartoe in staat te stellen. Nu zijn die middelen niet toereikend, zegt de verkenningscommissie. Dat heeft ook te maken met de plaats van de archeologie in het academische landschap. De archeologie begon als en alfa-discpline, maar kreeg later sterke bèta- en gamma-trekken. Maar drie van de vijf archeologieinstituten (UvA, RUG, RUN) huizen in een alfafaculteit, met bijbehorende (krappe) financiering. De archeologen van de VU en van Leiden hebben het wat dat betreft beter.

De bezetting van de academische archeologieinstituten is met een kwart gedaald sinds het verdrag van Malta in werking is getreden. En de staf-student ratio is in die periode gestegen naar 1:26. De financiering van de academische archeologie moet worden verruimd om die afbraak te stoppen, aldus de verkenningscommissie. En er moet een vervolg komen op het NWO-programma Oogst van Malta, dat zich richtte op de aanzwellende datastroom die door verdrag van Malta in gang is gezet. Verder moet worden voorkomen dat er een kloof groeit tussen de academische archeologie en de bedrijfsmatige veldarcheologie. Daartoe moeten postdoc-cursussen en uitwisselingsprogramma's worden opgezet, aldus de commissie.

De resultaten van de verkenning archeologie worden besproken op een bijeenkomst in het Trippenhuis, op donderdagmiddag 12 april. Belangstellenden moeten zich voor 31 maart aanmelden bij Bernadette Peeters, email bernadette.peeters@bureau.knaw.nl

Bron: Onderzoek Nederland nr. 185, p. 3

9 mrt 07
Voeg een reactie toe

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website

titel *verplicht

reactie *verplicht

Houd me op de hoogte

naam *verplicht

email *verplicht