Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

eGeesteswetenschap is verrassend divers

eScience is geen uniforme revolutie maar juist een bloeiende diversiteit, zeker in de geesteswetenschappen. De gestandaardiseerde academische systemen zijn daarop niet toegesneden, schrijft Paul Wouters, hoogleraar kennisdynamica aan de Erasmus Universiteit, en programmaleider van de Virtual Knowledge Studio.

Wetenschapsbeoefening maakt in toenemende mate gebruik van informatie- en communicatietechnologie. In een groeiend aantal vakgebieden wordt toepassing van ICT gezien als noodzakelijk om aan het front van het onderzoek te kunnen werken. De meeste aandacht gaat, begrijpelijkerwijs, uit naar de ontwikkeling
van e-science in de natuur- en levenswetenschappen. Daar gaat het in de eerste plaats om het snel kunnen genereren, verwerken, analyseren en in beeld brengen van snel groeiende hoeveelheden data. Bovendien willen onderzoeksteams gemakkelijk virtueel kunnen samenwerken rondom deze datastromen. De opkomst van nieuwe sensortechnologie en imagingtechnieken heeft de van kapitaalintensivering van wetenschap dramatisch versneld.

In de sociale wetenschappen staan data eveneens centraal. Daar gaat het doorgaans niet in de eerste plaats om snel groeiende hoeveelheden, maar om het combineren van data uit verschillende bronnen en het gebruik van adminstratieve databronnen voor onderzoek. Een nieuw aandachtsgebied is het gebruik van internet data, zoals in de Webometrie. Door de eigenaardige combinatie van vluchtigheid en duurzaamheid van websites en internet data levert dit nieuwe puzzles op. Het archiveren van data en de mogelijkheid
van secundaire analyse is eveneens een prioriteit in de sociale wetenschap (uitgewerkt in het KNAW rapport Networked Data Services - Towards a Future Data Infrastructure for the Social Sciences in the Netherlands, 2003).

Digitale geesteswetenschappen trekken in dit geheel wat minder de aandacht, maar vormen met elkaar wellicht nog wel het meest interessante toepassingsgebied van ICT en nieuwe informatiesystemen.
Geesteswetenschappers vormen een gevarieerd gezelschap doordat alle bestaande wetenschappelijke stijlen worden gehanteerd, van hypothese-gericht experimenteel naar interpretatief historisch.
Veel humaniora worden beoefend door individuele onderzoekers, maar er zijn ook grote interdisciplinaire teams te vinden.

Ook geesteswetenschappers publiceren geleidelijk aan meer gezamenlijk en in het Engels, hoewel het Nederlands voorlopig een belangrijke wetenschapstaal lijkt te blijven. Innovatie met ICT in de humaniora bevestigt tot nog toe dat e-science geen uniforme revolutie is. Interessante toepassingen liggen lang niet altijd op het vlak van rekenen aan grote hoeveelheden data of op het combineren van hybride datasets. Vaak spannender is de inzet van computers als patroonherkenners om tekst-, beeld en geluidsanalyse te ondersteunen. Het web kan daarbij worden ingezet om annotaties door onderzoekers gemakkelijker beschikbaar te stellen. Het is nog maar de vraag of dit versnelling van het onderzoeksproces tot gevolg heeft. Interpretatie blijft een langzaam proces en zolang kritische bespiegeling een centrale rol blijft van geesteswetenschappers zal het schrijven van boeken veel tijd en geduld kosten.

Interessant is ook de inzet van de genetwerkte computer als complexiteitsmachine om simulaties een rol te laten spelen in geesteswetenschappelijk onderzoek, zoals in de archeologie of geschiedwetenschap.
Het opbouwen van collaboratories van geestes- en sociale wetenschappers is in Nederland aarzelend begonnen. De lessen van de (veelal mislukte) collab projecten uit experimentele wetenschap zijn daarbij zeker relevant, maar er zal toch een eigen samenwerkingscultuur moeten worden opgebouwd. Belangrijk verschil met de meeste natuurwetenschappen zal zijn dat solitair onderzoek van belang blijft.

De consequentie is dat diversiteit van de gebruikte ICT eerder zal toenemen dan afnemen. Deze trend staat haaks op de standaardisering die de afgelopen jaren op de universiteiten is doorgevoerd, onder het motto van professionalisering van de dienstverlening, of op budgettaire gronden. Zelfs het installeren van een eenvoudige Firefox plug-in is een voorrecht dat de meeste onderzoekers niet meer hebben. Informatisering kan blijkbaar leiden tot nieuwe filevorming en vertraging.

Het grootschalig gebruik van het web voor blogs en sociale netwerken biedt, vooral voor jongere onderzoekers, volop kansen te spelen met nieuwe publicatievormen. Creativiteit op dit gebied wordt echter niet ondersteund door de eendimensionale nadruk in het personeelsbeleid op internationale publicaties in ISI-tijdschriften met een hoge impact factor. Zinnig in sommige vakgebieden, onzinnig in andere. Op zichzelf biedt het bestaande evaluatiesysteem alle mogelijkheden alternatieve vormen van wetenschapscommunicatie te belonen, maar bij veel faculteitsdirecteuren is dat kwartje nog niet gevallen.

Dit artikel is gebaseerd op de voordracht die prof. Wouters hield op de AWT-workshop 'eScience in action', op 22 april.

9 mei 08
Voeg een reactie toe

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website

titel *verplicht

reactie *verplicht

Houd me op de hoogte

naam *verplicht

email *verplicht