Verhaal
Er gloort licht in de creatieve industrie
Arnold Smeulders (UvA)
Niet alles moet anders. Je moet niet met je hele budget gaan innoveren. Je moet wel, naast de grote traditionele onderzoeksprogramma's, nieuwe instrumenten ontwikkelen.

2596503891_aa15d4ec25.jpg -
Illustratie kinokogallery
Dat zegt prof. Arnold Smeulders van het Intelligent Systems Lab van de Universiteit van Amsterdam. Smeulders is een van de schrijvers van de strategische onderzoeksagenda voor de creatieve industrie, die net is gepubliceerd door IIP/CREATE, een van de fora van ICTRegie (zie www.iipcreate.com). Onderzoek en ontwikkeling voor de creatieve industrie beginnen handen en voeten, kop en staart te krijgen. Eindelijk.
De creatieve industrie werd door het eerste Innovatieplatform al aangemerkt als sleutelgebied. Maar weinigen konden ermee uit de voeten. De creatieve industrie kwam hoog op de lijst omdat Nederland naam heeft in design, van mode tot industriële producten, games, nieuwe media etcetera, en omdat het land gezegend is met een ongekende dichtheid aan breedbandverbindingen. Maar de creatieve industrie is onvergelijkbaar met klassieke gebieden als de chemie, de life sciences en zelfs nanotechnologie.
Daardoor bleef lang onduidelijk hoe dit sleutelgebied moest worden ontwikkeld, en vooral wat daarin de rol kon zijn van de overheid. Door de enorme verscheidenheid aan activiteiten van veelal kleine bedrijven, was de creatieve sector voor klassieke beleidsmakers ongrijpbaar. In de eerste nota's over het sleutelgebied werd vooral gepleit voor propaganda: overheidssteun om de Nederlandse creatieve industrie beter bekend te maken in het buitenland. Van een helder innovatiebeleid in eigen huis was geen sprake.
De onderzoeksagenda van IIP/CREATE legt nu de basis voor dat innovatiebeleid. Het is geen traditionele onderzoeksagenda, die de grote witte gebieden in het landschap opsomt en onderzoeksprogramma's formuleert om die in kaart te brengen. In de agenda worden vijf thema's genoemd die het veld beschouwt als cruciaal voor de ontwikkeling van de creatieve industrie. Ze variëren van de verdere ontwikkeling van zoekmachines tot virtuele werelden. Daarnaast zijn negen essentiële tools omschreven, die variëren van (virtuele) laboratoria om de reacties van gebruikers op nieuwe concepten te bestuderen, tot geavanceerd beleid voor eigendomsrechten en privacy.
Op basis van deze agenda zal uiteindelijk wel een voorstel worden geschreven voor een innovatieprogramma onder de hoede van EZ, als opvolger voor de BSIK-programma's die lopen op dit gebied. Smeulders verwacht dat daarmee in de loop van dit jaar een begin kan worden gemaakt. „Het is even wachten hoe het ministerie reageert op de agenda die we nu hebben gemaakt. Maar we staan er goed voor. Er is draagvlak in het veld en de agenda is goed ontvangen door het Innovatieplatform, dat de creatieve industrie hoog op zijn agenda heeft staan.”
In de agenda die nu ter tafel ligt wordt vooral gekeken hoe de resultaten van eerdere en lopende onderzoeksprogramma's in de creatieve industrie tot bloei kunnen komen. Een belangrijke succesfactor is regionale clustering. Die clustering is in Nederland aan het groeien met Amsterdam als centrum voor kunst, cultuur en content, Utrecht als centrum voor gaming, en Eindhoven voor design en productie. In grote locale projecten kunnen die clusters de kennis uit grote onderzoeksprogramma's benutten.De bloei van die regionale clusters is afhankelijk van de samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en kennisinstellingen. In de agenda wordt een lans gebroken voor nieuwe financiële stimuli voor academisch onderzoekers. De huidige stimuli zijn vooral gericht op publiceren, en dus op samenwerking met andere academici. Academici zouden beloond moeten worden voor activiteiten buiten de muren van de universiteit en hun bijdrage aan nieuwe bedrijvigheid, aldus IIP/CREATE. En er moeten nieuwe promotietrajecten worden ingericht, zoals de startup thesis, waarin het opzetten van een nieuwe onderneming de kern wordt van het proefschrift, en promotie op basis van een creatieve schepping, zoals een ontwerp.
In de agenda wordt voorgesteld een reeks vouchers in het leven te roepen, voor verschillende stadia van het innovatietraject, zoals het verkennen van de marktmogelijkheden voor een productidee, de ontwikkeling van werkende prototypen, en het zoeken naar de beste productiemogelijkheden voor uitontwikkelde producten.
Een bijzondere categorie vouchers is, volgens IIP/CREATE, nodig om projecten met open source technologie te ondersteunen. Open source krijgt een steeds groter aandeel in de technologische basis van de creatieve industrie. En kleine subsidies zijn nodig om de makers in staat te stellen de benodigde documentatie te vervaardigen en een help desk te bemannen, aldus IIP/CREATE.
Met een flinke subsidiepot is de voorgestelde agenda nog geen realiteit. De maatregelen zijn zeer divers en afhankelijk van de inzet van een hele reeks stakeholders. Dat is juist de kracht van de agenda, zegt Smeulders: „Ons denken omspant de hele keten. De voorstellen grijpen op heel verschillende plaatsen in. Zo moet het ook zijn. Op andere gebieden kun je vooruitgang boeken door een grote, geavanceerde telescoop te bouwen. Maar voor de creatieve sector is er niet één recept. De creatieve industrie is gebaat bij een bloeiend ecosysteem. De creatieve klasse bestaat uit mensen die in betrekkelijke autonomie werken. Maar zij zoeken toch een omgeving waarin ze kunnen profiteren van de samenwerking met en creativiteit van anderen.”
Bron: Onderzoek Nederland, nr. 213, p. 4
Voeg een reactie toe